S'-GRAVENDEEL - De kantonrechter in Dordrecht oordeelt dat een medewerker die langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is geen vakantie meer opbouwt. De man werkte voor een bedrijf uit ’s-Gravendeel en was langdurig ziek. Hij stapte naar de rechter omdat hij onder meer recht meende te hebben op opgebouwde vakantie tijdens zijn slapend dienstverband.

Arbeidsongeschikt

De man werkt voor een groothandel in ’s-Gravendeel als hij in oktober 2022 arbeidsongeschikt raakt. Twee jaar later, in oktober 2024, krijgt hij een WIA-uitkering. Vanaf dat moment is er sprake van een zogenoemd slapend dienstverband. Hij is langer dan 104 weken arbeidsongeschikt en het staat vast dat hij niet meer aan het werk kan voor het bedrijf. De werkgever hoeft geen loon meer te betalen.

De werknemer vraagt meerdere keren om ontslag met de wettelijke ontslagvergoeding, maar zijn werkgever verleent geen medewerking. De man start vervolgens een procedure bij de kantonrechter, vraagt om ontslag, een transitievergoeding en opgebouwde vakantiedagen en vakantietoeslag.

Afrekening vakantiedagen

De werknemer vraagt om uitbetaling van in totaal 312 niet opgenomen uren vakantie. Daarvan zijn er 152 opgebouwd voordat hij 104 weken ziek was. Daarnaast stelt de man dat er 160 vakantie-uren zijn opgebouwd in de periode dat zijn dienstverband slapend was en hij een WIA-uitkering ontving.

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alleen vakantiedagen worden opgebouwd over de periode waarin een werknemer recht heeft op loon, in dit geval dus tot oktober 2024. Deze bepaling moet buiten beschouwing worden gelaten, betoogt de werknemer. Hij beroept zich op Europese regelgeving.

Beslissing rechter

De kantonrechter gaat niet mee in het beroep op Europese regelgeving. Vakantiedagen zijn bedoeld om werknemers in staat te stellen om uit te rusten en te herstellen van werk en weer op krachten te komen. De werknemer met een slapend dienstverband heeft geen werk om van te herstellen omdat hij niet meer hoeft te werken. Bovendien heeft de werknemer al recht op betaalde vakantie omdat hij een WIA-uitkering ontvangt.

De rechter wijst het verzoek om uitbetaling van de 160 uren vakantie daarom af. De tot oktober 2024 opgebouwde vakantiedagen moeten wel worden uitbetaald. Dit gaat om ruim € 2.300,-. Ook ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst en de werknemer krijgt een ontslagvergoeding van € 6.783,25 bruto. Omdat beide partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, moet iedere partij de eigen kosten dragen.

Tegenstrijdige uitspraken


Deze uitspraak is in juridisch opzicht opvallend, omdat de kantonrechter in Arnhem in augustus 2025 wel een werkgever veroordeelde om vakantiedagen uit te betalen, die waren opgebouwd tijdens een slapend dienstverband.

De kantonrechter Groningen kwam in december 2025 tot een tegenovergesteld oordeel: geen opbouw vakantiedagen tijdens slapend dienstverband. De kantonrechter in Dordrecht doet nu een soortgelijke uitspraak als die in Groningen.

Ook de kantonrechter Rotterdam deed deze week een uitspraak in dezelfde lijn. De kantonrechter overweegt dat werknemers met een slapend dienstverband een WIA-uitkering of WW-uitkering ontvangen, waarin recht bestaat op vakantiedagen met behoud van uitkering. Als de werknemer in dezelfde periode ook nog betaalde vakantiedagen bij de werkgever zou opbouwen, dan is dat dus dubbelop.